Vandaag werd het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) gepresenteerd aan de Tweede Kamer, een belangrijk moment voor de toekomst van Nederland. Dit programma geeft een helder beeld van het huidige circulaire beleid in Nederland en laat zien welke ambities we de komende jaren willen realiseren
Staatssecretaris Thierry Aartsen, verantwoordelijk voor de circulaire economie, verwoordde het krachtig: “Het circulair maken van de Nederlandse economie is een economische no-brainer.”
Hoewel deze uitspraak een duidelijke ambitie uitstraalt, bevat het nieuwe NPCE weinig nieuw beleid en worden de beschikbare middelen voor de circulaire economie het komende jaar verlaagd. Dit is zorgwekkend, omdat circulair ondernemen juist de sleutel is tot het versterken van zowel onze economische positie als strategische onafhankelijkheid.
Waarom een circulaire economie nu essentieel is
Toekomstbestendige economie
Grondstoffen bepalen in toenemende mate of landen hun succes kunnen behouden. Wie zijn eigen grondstoffen beheert, heeft minder te maken met geopolitieke conflicten en bevoorradingscrises. Nederland heeft al een bovengemiddeld circulair bedrijfsleven, maar we moeten deze positie blijven versterken. Circulair ondernemen helpt niet alleen onze afhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen te verminderen, maar versterkt ook onze nationale economie door innovatie en zelfredzaamheid te bevorderen.
Stille verdedigingsstrategie
Slimmer omgaan met grondstoffen is niet alleen een keuze voor duurzaamheid, maar ook voor onze veiligheid en strategische autonomie. In een wereld waarin conflicten steeds vaker worden gevoerd over schaarse hulpbronnen, heeft Nederland de keuze om afhankelijk te blijven of onafhankelijker te worden. Door producten te maken die eindeloos herbruikbaar en repareerbaar zijn, bouwen we een stille verdedigingsstrategie die ons niet alleen veiliger maakt, maar ook economisch sterker.
Migratiedruk
Laten we het ook hebben over de vermeende migratiedruk. Niet alleen over grenzen, opvang of doorstroomlocaties — maar over waar het allemaal begint. Anno 2025 leven we in een wereld waarin grondstoffen steeds meer bepalen hoeveel mensen huis en haard verlaten. Neem Guinee: ’s werelds grootste exporteur van bauxiet — de grondstof voor aluminium in onze auto’s, drankblikjes en bouwmaterialen. Guinee staat al jaren in de top 10 van asielaanvragen in Nederland, ondanks dat het officieel ‘veilig’ is. Door mijnbouw verliezen mensen hun leefomgeving en zoeken ze bestaanszekerheid elders. Hetzelfde geldt voor Nigeria, waar we olie, gas en tin vandaan halen, en voor Marokko, leverancier van fosfaat voor onze kunstmest.
Hoe slimmer wij omgaan met onze grondstoffen, hoe minder mensen zich genoodzaakt zullen voelen elders een beter bestaan te zoeken. De circulaire economie is dus ook migratiebeleid. Een strategie die werkt vóór de grens, niet pas erna.
Met betere kwaliteit producten en grip op onze eigen grondstoffen bouwen we aan onafhankelijkheid, veiligheid en minder migratiedruk. Om onze ambities te realiseren, moeten we de koers nu verleggen: het is tijd voor duidelijke doelen, voldoende middelen en de doorzettingskracht om circulaire initiatieven daadwerkelijk te realiseren. Alleen door deze stappen te nemen, kunnen we Nederland als circulaire koploper behouden en tegelijkertijd onze veiligheid en welvaart waarborgen.
- Duidelijke en afrekenbare doelen
- Voldoende middelen voor circulaire initaiteven
- Doorzettingsvermogen om Nederland als circulaire koploper te houden